Hermans & Partners B.V., accountants en adviseurs, informeert u graag over het volgende:

Bent u regelmatig actief in het internationale handelsverkeer? Dan zal er voor u wellicht iets gaan veranderen!

 

Op het gebied van de btw wordt een viertal maatregelen doorgevoerd om de internationale handel te vereenvoudigen. Deze vier ‘quick fixes’ treden per 1 januari 2020 in werking en leiden tot de volgende wijzigingen:

  1. Verplicht btw-identificatienummer en opgaaf ICP voor toepassing van het 0%-tarief voor intracommunautaire leveringen;
  2. Vereenvoudigde bewijsvoering voor intracommunautaire leveringen;
  3. Vereenvoudiging van de voorwaarden voor voorraden op afroep (call-off stock);
  4. Vereenvoudiging van de regels voor ketentransacties (ABC-transacties).


Maatregel 1: verplicht btw-identificatienummer en opgaaf ICP
Intracommunautaire leveringen worden belast tegen het 0%-tarief. Onder de huidige regeling mag een ondernemer het nultarief toepassen wanneer hij kort gezegd kan aantonen dat de goederen aan een andere ondernemer zijn geleverd en de goederen de lidstaat van waaruit ze worden vervoerd, fysiek hebben verlaten. Een geldig btw-nummer van de afnemer is hierbij niet noodzakelijk. De toepassing van het 0%-tarief kan niet worden geweigerd wegens het ontbreken van een geldig btw-nummer van de afnemer.

Vanaf 1 januari 2020 verandert dit. Vanaf dat moment is een geldig btw-nummer van de afnemer namelijk wél noodzakelijk. Bij het ontbreken van een geldig btw-nummer vervalt het recht op toepassing van het 0%-tarief en kan een naheffingsaanslag worden opgelegd. Ook dient de ondernemer als voorwaarde voor toepassing van het 0%-tarief een correcte Opgaaf Intracommunautaire Prestaties te doen.

Maatregel 2: bewijs van intracommunautair vervoer
Momenteel dient de ondernemer die een intracommunautaire levering verricht aan de hand van boeken en bescheiden aan te tonen dat de goederen van de ene naar de andere lidstaat zijn verzonden. Hierbij kunt u denken aan een kopie van de factuur, een vervoersdocument, een kopie van de CMR-vrachtbrief of een betalingsbewijs.

Vanaf 1 januari 2020 wordt in het voordeel van de leverancier een zogenaamd ‘bewijsvermoeden’ ingevoerd en zijn twee niet-tegenstrijdige bewijsstukken die afkomstig zijn van twee van elkaar onafhankelijke partijen in beginsel voldoende voor toepassing van het nultarief. Ten aanzien van de documenten die hiervoor kunnen worden gebruikt gelden een aantal voorwaarden. Voor meer informatie omtrent deze voorwaarden, kunt u contact met ons opnemen. Onze adviseurs vertellen u hier graag meer over.

Maatregel 3: voorwaarden call-off stock
Om levertijden te verkorten komt het voor dat leveranciers hun voorraden overbrengen naar een opslagplaats in een andere lidstaat. De goederen blijven in eigendom van de leverancier totdat de afnemer deze uit de voorraad haalt.

Voorbeeld:
Ondernemer A, gevestigd in Nederland, brengt zijn goederen over naar België, waar ondernemer B de goederen uiteindelijk uit de voorraad zal halen.

Voor de btw heeft dit momenteel de volgende gevolgen:

  1. Op het moment van overbrengen van de goederen: A verricht een fictieve intracommunautaire levering in Nederland en een fictieve intracommunautaire verwerving in België.
  2. Op het moment van verkoop aan B: A verricht een lokale levering in België aan B.

A zal zich dus voor de btw moeten registreren in België.

Vanaf 1 januari 2020 is dit niet langer het geval! De nieuwe regel houdt in dat zodra de afnemer de goederen uit de voorraad haalt, de leverancier rechtstreeks een intracommunautaire levering verricht aan de afnemer. In het voorbeeld verricht A dus enkel op het moment van verkoop aan B een intracommunautaire levering in Nederland en verricht B een intracommunautaire verwerving in België. A hoeft zich daarom niet in België te registeren.

Om de vereenvoudiging toe te kunnen passen, moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Graag bespreken wij met u hoe u van deze vereenvoudiging gebruik kunt maken.

Maatregel 4: ABC-transacties
Bij een ketentransactie met opeenvolgende leveringen van goederen tussen drie of meer ondernemers in verschillende lidstaten kan maar aan één levering het vervoer worden toegerekend. Er is dan dus maar één keer sprake van een intracommunautaire levering.

Voorbeeld:
Ondernemer A, gevestigd in Nederland, levert goederen aan ondernemer B, gevestigd in België,  (tussenhandelaar). Ondernemer B levert de goederen vervolgens aan ondernemer C, gevestigd in Duitsland.

Hoewel de goederen maar één keer worden vervoerd, vinden voor de btw twee leveringen plaats. Omdat er maar één intracommunautaire levering kan zijn, moet het vervoer aan één van beide leveringen worden toegerekend.

Welke levering de intracommunautaire levering is, hangt af van de vraag wie het vervoer regelt. Regelt A in het voorbeeld het vervoer, dan is de levering A-B de intracommunautaire levering en de levering B-C een lokale levering in Duitsland. Regelt C het vervoer, dan is de levering B-C de intracommunautaire levering en de levering A-B een lokale levering in Nederland. Regelt B het vervoer, dan is het antwoord op de vraag welke levering de intracommunautaire levering is, afhankelijk van de vraag wanneer C de macht krijgt over de goederen, in Nederland of Duitsland.

Vanaf 1 januari 2020 worden de regels vereenvoudigd. Hoofdregel is dat de levering A-B de intracommunautaire levering is. In de situatie dat de tussenhandelaar (in het voorbeeld B) het vervoer van de goederen regelt, geldt een uitzondering. Geeft de tussenhandelaar aan zijn leverancier een btw-nummer van de lidstaat waaruit de goederen worden vervoerd, dan is dat een lokale levering en is de tweede levering de intracommunautaire levering. Geeft de tussenhandelaar aan zijn leverancier echter een btw-nummer van een ander land dan dat waaruit de goederen worden vervoerd, dan is die levering de intracommunautaire levering en is de tweede levering een lokale levering.

In het voorbeeld is de levering A-B dus in beginsel de intracommunautaire levering. Regelt B echter het vervoer, dan is de levering A-B alleen de intracommunautaire levering als B aan A een btw-nummer geeft van een ander land dan Nederland. De levering B-C is dan een lokale levering in Duitsland. Geeft B wél een Nederlands btw-nummer aan A, dan is de levering A-B een lokale levering in Nederland en is de levering B-C de intracommunautaire levering.

Naast deze nieuwe regels blijft de reeds bestaande regeling voor de vereenvoudigde ABC-transactie van kracht. Deze regeling kan onder voorwaarden worden toegepast. Graag bespreken wij met u of deze regeling kan worden toegepast.

Indien u vragen heeft of aanvullende informatie wenst, kunt u altijd contact met ons opnemen.

 

Terug naar overzicht