Hermans & Partners B.V., accountants en adviseurs, informeert u graag over het volgende:

De wet bepaalt dat een werknemer ten minste recht heeft op vier keer de overeengekomen arbeidsduur per week aan vakantiedagen. Dit zijn de zogenaamde wettelijke vakantiedagen.

Naast het in de wet genoemde minimumaantal vakantiedagen kan er ook sprake zijn van bovenwettelijke vakantiedagen, dat wil zeggen de vakantiedagen die een werknemer bovenop de wettelijke vakantiedagen heeft (bijvoorbeeld op grond van een cao).

Per 1 juli 2020 vervallen de wettelijke vakantiedagen die een werknemer in 2019 heeft opgebouwd, tenzij de werknemer tot aan dat tijdstip niet in staat is geweest vakantie op te nemen. U dient de werknemer in staat te stellen deze wettelijke vakantiedagen op te nemen en de werknemer te wijzen op de vervaltermijn. Doet u dit niet, dan verjaren de vakantiedagen pas na vijf jaar net zoals de bovenwettelijke vakantiedagen.

Met deze verjaringstermijnen wordt voorkomen dat enerzijds verlofstuwmeren worden opgebouwd waardoor een werknemer onvoldoende ‘uitrust’ en anderzijds dat een werkgever bij het einde van een dienstverband wordt geconfronteerd met een onvoorstelbaar hoge eindafrekening door een veelvoud aan openstaande vakantiedagen.

U dient als werkgever concreet en in alle transparantie er voor te zorgen dat de werknemer daadwerkelijk de mogelijkheid heeft om zijn jaarlijkse vakantie met behoud van loon op te nemen.

Ook dient u uw werknemers op precieze wijze en tijdig te laten weten dat de werknemer de wettelijke vakantiedagen welke op 1 juli nog niet zijn opgenomen, verliest. Doet u dit niet of kan er niet door de werkgever bewezen worden dat dit is gedaan, dan zal de werknemer zijn vakantiedagen moeten behouden ondanks het verstrijken van de vervaltermijn.

Heeft u vragen over dit onderwerp? Of wilt u advies hoe u het beste aan bovengenoemde informatie- c.q. zorgplicht kan voldoen? Neem gerust contact met ons op!

Terug naar overzicht