Het arbeidsrecht wordt per 1 januari 2020 weer ingrijpend gewijzigd. Wij praten u graag bij over de belangrijkste wijzigingen. Deze week staat de premiedifferentiatie WW centraal.

Het huidige stelsel
Momenteel wordt de premie voor de Werkloosheidswet (WW) deels bepaald aan de hand van de bedrijfs- of beroepssector waar de werkgever onder valt. De hoogte van de sectorpremie is afhankelijk van het werkloosheidsrisico in de betreffende bedrijfs- of beroepssector. Daarnaast geldt een apart uniform premiepercentage ten behoeve van het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf). Het idee van de indeling in sectoren is dat werkgevers binnen die sector verantwoordelijk zijn voor het beperken van de werkloosheid onder haar vaste kring van werknemers, oftewel ‘de vervuiler betaalt’.

Waarom wordt de sectorpremie gewijzigd?
De sectorindeling, met zijn oorsprong in de jaren 50 van de vorige eeuw, sluit niet meer goed aan op de huidige economische en maatschappelijke situatie in Nederland waarin werknemers vaak niet meer hun leven lang werkzaam zijn in één sector. In de WAB wordt daarom geregeld dat de sectorpremies en de uniforme premie AWf voor de WW worden vervangen door één gedifferentieerde WW-premie.

Met ingang van 1 januari 2020 wordt de hoogte van de WW-premie niet meer afgeleid van de sector en de risicopremiegroep waarin de werkgever actief is. De aard van het contract – vast of flexibel – is onder de WAB leidend voor de hoogte van het premiepercentage. In 2020 bedraagt de hoge WW-premie 7,94% (flexibel) en de lage WW-premie 2,94% (vast). De premie wordt jaarlijks vastgesteld.

Wanneer betaalt u de lage WW-premie?
Wanneer er sprake is van een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, met een vaste arbeidsomvang betaalt de werkgever de lage WW-premie. De lage WW-premie kan tevens worden gehanteerd voor:

  • werknemers onder de leeftijd van 21 jaar met een arbeidsomvang van maximaal 12 uur per week;
  • werknemers die een Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL) volgen;
  • werknemers met een overeengekomen arbeidsomvang per tijdseenheid van maximaal een jaar, mits het recht op loon gelijkmatig over dat jaar is gespreid (jaarurennorm);
  • werknemers die direct of indirect via het UWV van de werkgever een uitkering op grond van de werknemersverzekeringen ontvangen die als werkgeversbetaling of als eigenrisicodrager door de werkgever wordt betaald.

Wanneer betaalt u de hoge WW-premie?
Voor alle andere gevallen geldt dat de werkgever de hoge WW-premie moet betalen. Hierbij kunt u denken aan arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd of arbeidsovereenkomsten zonder vaste arbeidsomvang (oproepcontracten). Met deze maatregel hoopt de wetgever werkgevers te stimuleren om meer vaste contracten met een vaste arbeidsomvang aan te bieden aan werknemers.

Hoe wordt de WW-premie in de loonaangifte verwerkt?
In de loonaangifte geven werkgevers op de juiste wijze aan of sprake is van de lage of de hoge WW-premie. De situatie op de eerste dag van het aangiftetijdvak geldt als peildatum bij het bepalen of de lage of hoge WW-premie verschuldigd is. Die premie geldt dan voor het gehele aangiftetijdvak. Zodra een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd dus wordt omgezet in onbepaalde tijd, merkt u dat qua WW-premie meteen in het volgende aangiftetijdvak.

Corrigeren met terugwerkende kracht
In een aantal situaties moet een werkgever vanaf 1 januari 2020 de lage WW-premie herzien. De werkgever dient dan met terugwerkende kracht de hoge WW-premie toe te passen. Dit is voorlopig in ieder geval aan de orde indien:

  • een werknemer met een arbeidsomvang van minder dan 35 uur per week in een kalenderjaar achteraf meer dan 30% heeft gewerkt dan in de arbeidsovereenkomst is overeengekomen;
  • de arbeidsovereenkomst uiterlijk twee maanden na aanvang eindigt.

Moet ik hier nu al rekening mee houden?
Ja. In het kader van deze maatregel vindt er een uitbreiding plaats van de informatieplicht. De WAB verplicht werkgevers namelijk om op de loonstrook te vermelden of sprake is van een arbeidsovereenkomst voor (on)bepaalde tijd, of wel of geen sprake is van een oproepovereenkomst en of de arbeidsovereenkomst schriftelijk is overeengekomen. Daarnaast kan alleen de lage premie worden gehanteerd indien de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op schrift is gesteld.

Het is dus van belang om voor de ingang van de WAB de personeelsadministratie WAB-proof te maken. Tot slot kan het “lonen” om dienstverbanden voor bepaalde tijd die eindigen na 1 januari 2020 al eerder om te zetten in dienstverbanden voor onbepaalde tijd, als dat toch al de bedoeling is.

Vragen? Wij helpen u graag verder!
Hermans & Partners                                   T&R Advocaten
Andrea de Champs                                      Judith Tarmond
0186-603222                                                 0186-683920
www.henp.nl                                                 www.tr-advocaten.nl

Jurist/HR-adviseur Andrea de Champs 

Dit artikel is een alliantie tussen Hermans & Partners en T&R Advocaten.

Terug naar overzicht